Terug naar Wijsheid

Hechtingspatronen in je werk-relaties

2 april 2019

Categorien: Communicatie

Hechtingspatronen ontstaan in onze eerste levensjaren en vertellen iets over hoe we zowel autonoom zijn als op welke manier we relaties aangaan. Hoe werken deze opgebouwde patronen door in ons huidige leven?
Daarvoor gaan we eerst terug in de tijd en vertel ik iets over vier verschillende patronen die vaak worden onderscheiden.

Terug in de tijd

Ga even terug in de tijd en probeer je je eerste periode hier op aarde voor te stellen. Kijkend, voelend, sabbelend. Liggend, zittend, hangend. Grote bewegende, geluidmakende wezens om je heen. Tegen je aan. Die dan weer dichtbij zijn, dan weer veraf. Hoewel, die concepten kende je toen nog niet. De wezens waar geluid uit kwam, waren dan weer heel groot en dan weer klein. Je rook ze, hoorde ze en voelde ze. Zowel fysiek via de aanraking: zacht, stevig, grof, subtiel. Als via een ‘gevoel’: als een antenne die de signalen oppakt van wat we, nu we ouder zijn en een ander referentiekader hebben, emoties noemen (zware dichte energie, lichte transparante energie en alles wat er tussen zit).

Al doende ervaar en leer je omgaan met die andere wezens. Zie je als je huilt of lacht, dat dat een effect heeft op de ander. Net zoals de personen die om jou heen zijn ervaren en leren dat als ze iets doen dat effect heeft op jou. Zo ontstaat een patroon van handelingen en gedrag. Van toenadering en afstoten. Van weggaan en blijven. Van je eigen emoties voelen en de emoties van een ander voelen.

Gedragspatronen

Een patroon ontstaat waarin je bepaald gedrag vaker doet en ontwikkelt. En weer ander gedrag achterwege laat en dus niet verder ontwikkelt. Waarin we bepaald gedrag vrij laten zien. En ander gedrag achterwege laten omdat dat gedrag iets heeft opgeroepen waardoor we geschrokken zijn of gekwetst zijn of waarmee we een ander pijn hebben gedaan.
Let wel, allemaal vanuit het perspectief van dat jonge wezentje. En vanuit een gevoelsmatige ervaring in het lichaam. Niet vanuit een cognitief ontwikkeld referentiekader.

In die interactie met anderen – gecombineerd met de eigenschappen en karakter in ons dna en ziel – ontwikkelen we onszelf. Zowel aan de binnenkant, voelbaar en waarneembaar in onszelf als aan de buitenkant die zichtbaar en voelbaar is voor de buitenwereld.

In de ontwikkelingspsychologie is veel onderzoek gedaan hoe de patronen in de eerste jaren van ons leven zich ontwikkelen. De interactie van het kind met de omgeving laat zich zien in een  gedragspatroon, wat sociale wetenschappers hechtingspatronen zijn gaan noemen.

Hechtingspatronen

Mary Ainsworth heeft in de 70-jaren van de vorige eeuw een test ontwikkeld waarin gekeken werd hoe 1 en 1,5 jarigen zich in een neutrale ruimte gedroegen als ze gescheiden werden van hun moeder en geconfronteerd werden met een onbekend persoon. De ‘strange situation’ test (totaalduur 20 minuten).

Daaruit kwam een aantal hechtingsstijlen/patronen naar voren. Deze noem ik nu, gelijk met de aanvulling van de 4e stijl door Main en Solomon:

  1. Een kind was ‘veilig gehecht’ als het troost durfde te zoeken en kon ontvangen waarna het weer zijn eigen spelen kon oppakken.
  2. Een kind was ‘vermijdend gehecht‘ als het geen troost zocht, het zelf oplosde, aan de buitenkant onverstoorbaar, maar van binnen van slag
  3. Het kind was ‘ambivalent gehecht’ als het wel steun zocht, maar niet kon ontvangen, heen en weer bewoog tussen steun zoeken en weer afstand nemen.
  4. En dan had je ook nog kinderen die ‘gedesoriënteerd’ reageerden, ze wisten eigenlijk niet waar ze het zoeken moesten, ze reageerden chaotisch.

Ik ben ok, de ander is ok

Een net andere insteek die ook interessant is om te benoemen is die van Bartholomew e.a (2001).

Zij komen tot ongeveer dezelfde hechtingspatronen, maar dan via twee interessante dimensies: De ene dimensie is de ik en de ander.
De andere dimensie is ok en niet ok.

Zo kun je bijvoorbeeld:

Werk – relaties

Als je dit zo leest en tot je door laat dringen, komen er waarschijnlijk al gelijk herkenningen op in je huidige leven. In je werk en/of privé-leven.

Voor de goede orde: je bent nooit in 1 bullet te vangen. Vaak heeft iets de overhand of zie je dat je jezelf door de jaren heen ontwikkelt.

Voorbeeld: hoe zit dat bij mij?

Vroeger toen ik een jong meisje was zat ik graag te lezen in de drukke dynamiek van mijn familie. Teruggetrokken in mijn eigen wereldje. Met het geroezemoes om me heen. Op die manier leerde ik in mijn eigen wereld het goed met mezelf te hebben en mijn eigen vragen in mezelf op te lossen. Ik vond het spannend en ik wist niet hoe ik dat in de interactie met de ander moest doen, omdat die verbaal sterker waren dan ik. Tenminste, dat kan ik nu achteraf zien.

In de loop van de jaren heb ik met vallen en opstaan steeds beter steun leren vragen, ontvangen en waarderen. Het helpt dat Marc, mijn partner, een rustig persoon is, waarmee ik de tijd en ruimte krijg om te vertellen, te vragen en te luisteren naar zijn ideeën en oplossingen.
Hoewel ik nog steeds wel heel eigen-wijs ben :-).
Ik kan nog steeds mijn eerste reflex voelen van terugtrekken in mezelf, dat is vertrouwd. Steeds eerder herken ik die reflex en lukt het me om gewoon te blijven en te kijken wat er gebeurt in plaats van me in mijn eigen veilige cocon op te sluiten. Dat maakt samenwerken een stuk leuker! Zowel voor mij als de ander (toch leuk als ik af en toe een advies van een ander echt opvolg).

Hechtingspatronen zitten in ons denken en lijf

Hechtingspatronen zijn ongemerkt ingesloten in onze manier van leven en in ons lichaam. Als we bijvoorbeeld gewend zijn het alleen op te lossen dan blijven we dat doen. Als we niet weten waar we naar toe moeten om hulp te vragen dan zit dat diep geworteld. We hebben deze patronen namelijk met de ‘paplepel’ ingegoten gekregen. En dat zit in ons denken en in ons lijf verankerd.

Olifantenpad

Is er dan nog wel iets anders mogelijk dan het bekende patroon?
Gelukkig wel!

Het vraagt wel aandacht en tijd om deze patronen te herkennen en stap voor stap iets anders uit te proberen en te ervaren dat die andere manier ook mogelijk, veilig en zelfs leuk is!

Recent neurologisch onderzoek laat zien dat er ‘nieuwe sporen’ in de hersenen kunnen ontwikkelen. Je kunt dat vergelijken met een paadje in het bos: als je steeds hetzelfde paadje loopt, dan ontwikkelt zich daar een pad dat je de volgende keren geneigd bent om te nemen.
Een ander pad bewandelen midden door het bos, is de eerste keer heel onwennig, je weet niet of je niet ineens in een kuil stapt en of je goed terecht komt. Eenmaal een keer bewandeld is het  een volgende keer al iets makkelijker. En op een gegeven moment is het onbekende pad zo vaak bewandeld dat dat nog makkelijker gaat dan het eerder vertrouwde pad.

sluit

mini quest

Heb jij de Ideale Baan?

Een online quest waarin jij jezelf verder ontdekt.
Laat je dromen verder groeien en bloeien.

start de test